Participatie is één van de belangrijkste pijlers onder de Omgevingswet. De afgelopen jaren is participatie al een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het besluitvormingsproces. Onder participatie wordt verstaan: ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’.

Aan de “omgevingstafel” komen de belanghebbende tot participatie. Participatie vindt plaats op het moment dat er nog ruimte bestaat om plannen en/of beleid aan te passen. Het idee is dat hierdoor tijdwinst wordt geboekt en het aantal juridische procedures afneemt. Hieronder wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie.

Huidige situatie: participatie niet verplicht, desondanks wettelijke mogelijkheden
Sommige gemeenten hanteren een inspraakverordening op grond waarvan inspraak word gevoerd. Wettelijk gezien is er geen verplichting om inspraak te voeren. Wel is het zo dat op basis van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht dient het bestuursorgaan zorg te dragen dat voldoende kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen worden vergaard. De jurisprudentie stelt dat op grond van gemeentelijk beleid van een initiatiefnemer verlangd kan worden dat hij (specifieke) inspanningen verricht die zijn gericht op het informeren van omwonenden en het verwerven of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de gewenste ontwikkeling. Het ontbreken van draagvlak wordt veelal aangevoerd in het kader van de vraag of planologische medewerking aan een plan moet worden verleend. Het doel van participatie is juist om het maatschappelijk draagvlak te vergroten.

Situatie onder omgevingswet: participatie als uitgangspunt, desondanks niet altijd verplicht
Onder de Omgevingswet wordt participatie het uitgangspunt bij zowel het opstellen van omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen. Daarnaast wordt participatie ook een uitgangspunt in het traject om te komen tot een omgevingsvergunning. Het doel van participatie is initiatieven en belangen vroegtijdig mee te kunnen wegen in de besluitvorming. Aan de “omgevingstafel” worden vroegtijdig alle belanghebbende meegenomen. Wat in de gewenste situatie voor een vergroting van het draagvlak zorgt. Het bevoegd gezag en de initiatiefnemers krijgen onder de Omgevingswet veel ruimte om eigen invulling te geven aan het participatievraagstuk. Dit kan als gevolg hebben dat er juist meer discussies en procedures zullen ontstaan.

Opvallend is dat, ondanks dat participatie één van de belangrijkste pijlers onder de Omgevingswet is, er met uitzondering van het projectbesluit niet voorgeschreven wordt dat er geparticipeerd moet worden. Participatie is dus niet altijd verplicht. En als er aan participatie wordt gedaan dan is deze vormvrij. Het bevoegd gezag en de initiatiefnemer mag zelf invulling geven aan de manier waarop aan participatie wordt gedaan.

AROM en participatie: in gesprek met de omgeving
Participatie is een steeds belangrijkere rol gaan spelen en ook dat merken wij bij AROM. Recent is in het kader van participatie samen met een initiatiefnemer een inspraakavond georganiseerd door AROM. Het initiatief betrof de huisvesting van arbeidsmigranten. Omwonenden werden uitgenodigd voor de inspraakavond waar zij eerst werden ingelicht over de voorgenomen ontwikkeling en de gevolgen hiervan. Vervolgens kon het gesprek aangegaan worden met de initiatiefnemer over de ontwikkeling. De omwonenden kregen de kans mee te denken en samen met de initiatiefnemer te kijken naar verbeteringen voor de ontwikkeling.

Meer informatie over participatie onder de Omgevingswet? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Rutger de Jong

Gebaseerd op:
Mr. H.A.J. Gierveld, ‘Participatie in en onder de Omgevingswet’ , Tijdschrift Omgevingsrecht, nummer 3 2019 p. 65.

Mr. S.W. Derksen en Mr. H.W. Dekker, ‘Participatie onder de Omgevingswet: niet nieuw, wel anders geregeld (deel 1), Tijdschrift voor Bouwrecht, nummer 8 2020 p. 678.