Wanneer een vergunning is verleend, betekent dit niet altijd dat direct een project kan worden uitgevoerd. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een derde, zoals een buurman, bezwaar maakt tegen de verleende vergunning. De bouw kan dan soms niet starten omdat een financier een onherroepelijke vergunning eist. Dit roept de vraag op of de vergunninghouder de gemeente kan aanspreken wanneer een beslissing op dat bezwaar uitblijft.
De situatie in de praktijk
Stel: u heeft van de gemeente een vergunning gekregen voor het bouwen van appartementen. De buurman maakt bezwaar tegen deze vergunning. U kunt daardoor niet starten met de bouw zolang er op dit bezwaar geen besluit is genomen. U had de appartementen graag vóór de zomer gerealiseerd, maar na drie maanden heeft de gemeente nog steeds geen beslissing genomen op het bezwaar.
De vraag is dan: kunt u als vergunninghouder de gemeente met succes manen om tijdig een beslissing op bezwaar te nemen?
Is de vergunninghouder belanghebbende?
Om deze vraag te beantwoorden, moet eerst worden vastgesteld of de vergunninghouder in deze situatie als belanghebbende kan worden aangemerkt. Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat onder een belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De vergunninghouder heeft een direct en concreet belang bij het besluit op bezwaar, aangezien de voortgang van de bouw afhankelijk is van die beslissing.
Niet tijdig nemen van een besluit
Een besluit wordt geacht niet tijdig te zijn genomen wanneer de redelijke termijn is overschreden. Op grond van artikel 4:13 lid 2 Awb is deze redelijke termijn verstreken indien het bestuursorgaan niet binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking heeft gegeven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
Vervolgens rijst de vraag wie als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het niet tijdig nemen van een besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft een aanknopingspunt in haar uitspraak van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2098). In rechtsoverweging 3.2 overweegt de Afdeling:
“Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7462) is het antwoord op de vraag of een (rechts)persoon belanghebbende is bij het niet tijdig nemen van een besluit niet afhankelijk van de belangen waarin deze mogelijk wenst te worden beschermd in het kader van het nog te nemen reële besluit. Als belanghebbende bij het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een vergunning worden in beginsel degenen aangemerkt die belanghebbende zouden zijn bij het reële besluit.”
Aangezien de vergunninghouder op grond van artikel 1:2 lid 1 Awb belanghebbende is bij het oorspronkelijke (reële) besluit, kan deze ook als belanghebbende worden aangemerkt in de bezwaarprocedure die door een belanghebbende is opgestart.
Rechtsmiddel bij uitblijven beslissing op bezwaar
Indien het bestuursorgaan niet tijdig beslist op het bezwaar dan kan de vergunninghouder een verzoek doen bij de gemeente om alsnog een besluit te nemen. Blijft de gemeente ‘stilzitten’ dan kan de vergunninghouder zich wenden tot de rechter om de gemeente te manen een besluit te nemen. Dit volgt uit artikel 6:2 onderdeel b Awb.
De bestuursrechter doet, volgens de procedurele regels van afdeling 8.2.4a Awb, in beginsel binnen acht weken na ontvangst van het beroepsschrift uitspraak. Mocht de bestuursrechter het beroep gegrond verklaren, dan kan de rechter beslissen dat het bestuursorgaan alsnog binnen een redelijke termijn van 2 weken een besluit moet nemen. Ook kan de bestuursrechter een dwangsom opleggen aan het bestuursorgaan.
Conclusie
Indien het bestuursorgaan niet tijdig beslist op het bezwaar dan staat de vergunninghouder in principe ‘buitenspel’. Met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2098) kan de vergunninghouder toch als belanghebbende worden aangemerkt bij een verzoek om het nemen van een besluit op bezwaar. Als het bestuursorgaan niet binnen een redelijke termijn een beslissing neemt, dan kan de vergunninghouder het bestuursorgaan via de rechter dwingen om alsnog binnen korte termijn een beslissing te nemen. Dit voorkomt dat een bouwproject onnodige vertraging oploopt.
Meer informatie? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.
Geschreven door: mr. M.Z. (Miriam) Nieuwenburg