Op 18 februari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) opnieuw richting gegeven aan de beoordeling van spuitzonering in het kader van een goede ruimtelijke ordening (ECLI:NL:RVS:2026:929). De uitspraak bevestigt en verdiept de lijn die de Afdeling sinds 2022 heeft ingezet. Afwijken van de in de rechtspraak ontwikkelde 50-meterafstand tussen gevoelige functies en agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen blijft mogelijk. Hiervoor is een wetenschappelijk aanvaard en locatiespecifiek onderbouwd rekenmodel nodig. Het model EFSA is hiervoor niet voldoende.

Spuitzonering naast arbeidsmigrantenhuisvesting

In deze zaak staat de vraag centraal of het college van burgemeester en wethouders twee vergunningen kon verlenen voor een perceel in het buitengebied dat grenst aan een perceel waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. De vergunningen hadden betrekking op de huisvesting van in totaal 63 arbeidsmigranten middels nieuwe woonmodules en huisvesting in de bestaande zorgboerderij. De gronden waarop de huisvesting zou plaatsvinden, hebben grotendeels de bestemming ‘Agrarisch’. De gronden in het andere gedeelte van het perceel hebben de bestemming ‘Maatschappelijk-Zorgboerderij’. De huisvesting van arbeidsmigranten was deels in strijd met het geldende bestemmingsplan.

Locatiespecifiek onderzoek

De huisvesting bevindt zich op 30 meter afstand van het perceel waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast. Voor dit project is een spuitzoneonderzoek opgesteld waaraan het European Safety Authority (EFSA-model) ten grondslag ligt. In het spuitzoneonderzoek zijn de aanwezige onzekerheden ondervangen door het hanteren van voorzorgsmaatregelen en ruime veiligheidsmarges. Dit rapport bevatte vooral algemene verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur over driftreductie door afschermende maatregelen. In het rapport zijn geen specifieke kenmerken van de betreffende locatie meegenomen. Volgens de Afdeling kan dit niet worden beschouwd als een zorgvuldig locatiespecifiek onderzoek op basis waarbij een kortere afstand dan 50 meter kan worden gemotiveerd.

Het EFSA-model weer ontoereikend

De kern van de uitspraak is de beoordeling van het gehanteerde spuitzoneonderzoek. Net als in eerdere uitspraken inzake gewasbescherming en gevoelige functies heeft de Afdeling geoordeeld dat het gebruikte EFSA-model niet kan dienen als goede onderbouwing voor het verkleinen van de 50-meterafstand.

Het model biedt volgens de Afdeling onder meer geen inzicht in blootstellingsrisico’s voor ongeboren kinderen en zeer jonge kinderen, cumulatieve effecten van verschillende gewasbeschermingsmiddelen, gecombineerde synergetische effecten en de specifieke invloed van afschermende maatregelen zoals hagen.

Hoewel de gewasbeschermingsmiddelen die op de markt mogen worden gebracht al zijn beoordeeld op veiligheid volgens Europese regelgeving, betekent dit niet dat er wetenschappelijke informatie beschikbaar is om de specifieke blootstellingsrisico’s voor mensen in de nabijheid van spuitzones volledig in kaart te brengen. Omdat die informatie volgens de Afdeling ontbreekt, kunnen deze risico’s niet verantwoord worden meegenomen bij het vaststellen van een veilige afstand tussen agrarische percelen en gevoelige functies zoals woningen. Voor de ruimtelijke beoordeling is een afzonderlijke, locatiespecifieke onderbouwing vereist.

Maximale planologische mogelijkheden als uitgangspunt

De Afdeling herhaalt wederom het uitgangspunt dat bij de beoordeling moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Dat op bepaalde percelen feitelijk (tijdelijk) biologische teelt plaatsvindt en dus geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, mag niet als uitgangspunt worden genomen. Indien het bestemmingsplan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toestaat, moet met die mogelijkheid rekening worden gehouden.

Betekenis voor de praktijk

Voor initiatiefnemers die woningen of logiesfuncties nabij agrarische gronden willen realiseren, betekent dit dat spuitzonering een wezenlijk ruimtelijk risico vormt. Voor agrariërs bevestigt de uitspraak dat hun bedrijfsbelangen in deze context nadrukkelijk worden beschermd.

Tegen de achtergrond van lopende initiatieven om te komen tot een nieuw rekenmodel voor spuitzonering, benadrukt deze uitspraak de urgentie daarvan. Totdat een dergelijk model wetenschappelijk én juridisch wordt aanvaard, blijft de 50-meterafstand in de praktijk het beoordelingskader.

Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet. Mocht u in uw project te maken krijgen met spuitzonering of de inpassing van gevoelige functies in agrarisch gebied, dan denken wij graag met u mee over een juridisch houdbare strategie.

 

Geschreven door M.M.H. van Beers