Door mr. L.A. (Lex) Welten en mr. Q.W.J. (Krijn) de Ruijter
Verkorte versie van: L.A. Welten & Q.W.J. de Ruijter, ‘Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht vernietigd na uitblijven actueler onderzoek minister naar stikstofruimte Natura 2000-gebieden’, Tijdschrift Natuurbeschermingsrecht, nr. 3, juni 2026, Lefebvre Sdu, p. 6-10.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 maart 2026 de tracébesluiten voor de A27/A12 Ring Utrecht vernietigd. De uitspraak is relevant voor de toepassing van extern salderen bij projecten die stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. De Afdeling stelt daarbij strengere eisen aan de onderbouwing van het additionaliteitsvereiste.
-
Lees verder
Van ex tunc naar ex nunc
Voor het project A27/A12 Ring Utrecht wilde de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de stikstofdepositie gedeeltelijk mitigeren door gebruik te maken van stikstofruimte die vrijkwam door het beëindigen van agrarische bedrijven. Bij extern salderen mag dergelijke stikstofruimte alleen voor een project worden ingezet wanneer deze niet al nodig is als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel voor het betrokken Natura 2000-gebied.
Na een tussenuitspraak in april 2025 kreeg de minister de gelegenheid de stikstofonderbouwing te herstellen. Daarbij baseerde de minister zich hoofdzakelijk op ecologische informatie die beschikbaar was ten tijde van het eerdere tracébesluit uit 2022. De Afdeling achtte dit onvoldoende.
De einduitspraak markeert daarmee een belangrijke ontwikkeling. Bij een herstelbesluit moet worden uitgegaan van de meest actuele ecologische informatie. Dit betreft onder meer de natuurdoelanalyses (NDA’s) van de betrokken Natura 2000-gebieden en de beoordelingen daarvan door de Ecologische Autoriteit. De voortdurende verplichting om verslechtering van Natura 2000-gebieden te voorkomen, maakt volgens de Afdeling dat actuele informatie bij de beoordeling moet worden betrokken.
Gevolgen voor extern salderen
Deze benadering maakt de toepassing van extern salderen complexer. Uit actuele ecologische informatie kan blijken dat een daling van de stikstofdepositie noodzakelijk is om verdere verslechtering van een Natura 2000-gebied te voorkomen. In dat geval kan de stikstofruimte die ontstaat door het beëindigen van een agrarisch bedrijf niet zonder meer als mitigatie voor een nieuw project worden ingezet. Die ruimte kan immers al nodig zijn als passende maatregel voor het Natura 2000-gebied.
Ook het tijdsverloop tussen een oorspronkelijk besluit en een herstelbesluit kan daardoor relevant zijn. Wanneer de staat van de natuur in de tussenliggende periode verslechtert, kan het moeilijker worden om aan te tonen dat beschikbare stikstofruimte additioneel is. De NDA’s en adviezen van de Ecologische Autoriteit krijgen daarmee een belangrijke positie bij de onderbouwing van het additionaliteitsvereiste.
Betekenis voor de praktijk
De uitspraak legt de lat voor de motivering van extern salderen hoger. Met name bij herstelbesluiten kan niet zonder meer worden teruggevallen op de ecologische situatie en informatie ten tijde van het oorspronkelijke besluit. De onderbouwing moet aansluiten bij de actuele staat van de betrokken Natura 2000-gebieden.
Wanneer op basis van de meest actuele ecologische informatie blijkt dat extern salderen vanwege het additionaliteitsvereiste niet mogelijk is, kan voor bepaalde projecten de ADC-toets nog een mogelijkheid bieden. Ook aan deze route worden echter strenge voorwaarden gesteld.
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat actuele ecologische kennis een centrale rol heeft gekregen bij de beoordeling van extern salderen. Een besluitvorming die bij een herstelbesluit uitsluitend steunt op inmiddels achterhaalde ecologische informatie, is onvoldoende.